» Internet protocols

Wat is dit?


  • Protocols and terminologies


    • ISP
      Internet Service Provider

    • TCP/IP
      TCP/IP is het meest gebruikte protocol omdat het de basis is voor communicatie op het Internet.

    • E-mail (POP, SMTP, IMAP)


      • SMTP
        Simple Mail Transfer Protocol. Protocol voor de transmissie van elektronische post (e-mail) in het TCP/IP-netwerk van server naar server, dus bijv. op het Internet of een intranet. Bij dit protocol is het niet mogelijk een binair bestand in te sluiten. Het protocol verlangt en controleert bevendien dat het bericht zonder tijdverlies kan worden afgeleverd.

      • POP3
        Post Office Protocol (met versieaanduiding). In RFC 1225 gespecificeerd protocol (eigenlijk een client/serverdienst) voor het beheer en de opslag van inkomende e-mails op het internet, aangezien SMTP uitgaat van een directe bezorging. Alle gangbare browsers bieden ook een POP-client. Dit protocol staat als bijlagen geen binaire bestanden toe.

      • IMAP
        Interactive Message/Mail Access Protocol. Als RFC 1064 gespecificeerd protocol voor de toegang tot en het beheer van elektronische post via het internet. Vaak voorzien van versienummer: IMAP4. Hiermee is de bewerking van elektronische post op de server mogelijk - in tegenstelling tot bij POP - dus zonder downloaden.

      • MIME
        Multipurpose Internet Mail Extension. Uitbreiding van SMTP. Protocol dat op het Internet een binair bestand met willekeurige inhoud ongetoetst aan een tekstbericht toevoegt.



    • HTML
      Hypertext Markup Language. Platformonafhankelijke beschrijvingstaal van documenten voor de verbinding van informatie aan een hypertext-document en de presentatie daarvan. De in het document opgenomen opdrachten heten tags en worden door de WWW-browser geinterpreteerd.

    • HTTP
      Hypertext Transport Protocol. Protocol voor de verbinding van tekstdocumenten met een hypertext document op het World Wide Web: een met een muisklik aangeroepen verwijzing is voor HTTP aanleiding om het betreffende begrip te vertakken, ook als het op een andere server gelokaliseerd is.

    • HTTPS
      HTTP, dat om veiligheidsredenen SSL ertussen geschakeld heeft. HTTPS geeft aan dat het om een beveiligde verbinding gaat.

    • SSL
      Secure Sockets Layer. Door Netscape ingevoerd en intussen algemeen geaccepteerd protocol voor het transport van gecodeerde bedrijfsgegevens via het Internet. De techniek legt een extra laag over TCP/IP en de diensten die dan voor de coderingsinstellingen verantwoordelijk zijn. Het voordeel van SSL is dat er geen bijkomende clients of servers meer moeten worden geinstalleerd.

    • Telnet
      Terminal Emulation Network, vaak: Telecommunication Network. Standaarddienst in het TCP/IP-net voor de verbinding van een client met een host of de interprocescommunicatie. Telnet emuleert daarbij een virtuele terminal op deze host en maakt aldus het inloggen op computers op afstand mogelijk. De host is een 'user host' wanneer hij bij de communicatie een shell heeft lopen en een 'server host' wanneer dit een toepassing is.

    • FTP
      File Transfer Protocol. Processdaemon bij Unix/Linux en protocol bij een TCP/IP-netwerk voor de bestandsoverdracht.

    • DNS
      Domain Name System. Maakt het vinden van pagina's op netwerken eenvoudiger omdat je geen IP adressen hoeft te onthouden.


  • Connectivity technologies


    • Dial-up networking
      Verbinding van een computer met een host via een gewone telefoonlijn.

    • DSL networking
      Digital Subscriber Line. Sneller dan een gewone telefoonlijn.

    • ISDN networking
      Integrated Services Digital Network. Sneller als een gewone telefoonlijn, maar langzamer als (A)DSL.

    • Cable
      Internet via de (rtv-antenne)kabel.

    • Satellite
      Internet via een sateliet

    • Wireless
      Draadloos.

    • LAN
      Local Area Network. Lokaal netwerk. Fysieke verbinding van meerdere werkstations met datacommunicatie als doel.


  • Installing and Configuring browsers


    • Enable/disable script support
      Scripting options specify how Internet Explorer 6 handles scripts.


      • Active scripting. This option determines whether Internet Explorer 6 can run script code on Web pages in the zone. This option has the following settings:


        • Disable, which prevents scripts from running.

        • Enable, which runs scripts without user intervention.

        • Prompt, which prompts users about whether to allow the scripts to run.


      • Allow paste operations via script. This option determines whether a Web page can cut, copy, and paste information from the Clipboard. This option has the following settings:


        • Disable, which prevents a Web page from cutting, copying, and pasting information from the Clipboard.

        • Enable, which allows a Web page to cut, copy, and paste information from the Clipboard without user intervention.

        • Prompt, which prompts users about whether to allow a Web page to cut, copy, or paste information from the Clipboard.


      • Scripting of Java applets. This option determines whether scripts within the zone can use objects that exist within Java applets. This capability allows a script on a Web page to interact with a Java applet. This option has the following settings:


        • Disable, which prevents scripts from accessing applets.

        • Enable, which allows scripts to access applets without user intervention.

        • Prompt, which prompts users about whether to allow scripts to access applets.


      • Internet Explorer 6 ignores this option when Script ActiveX controls marked safe for scripting is set to Disable. In this case, Scripting of Java applets is also disabled.

    • Configure Proxy Settings
      U kunt Microsoft Internet Explorer configureren voor het gebruik van een proxyserver om verbinding te maken met internet. Een proxyserver vormt een beveiligde barrière tussen uw interne netwerk en internet. Met een proxyserver wordt voorkomen dat andere internetgebruikers toegang krijgen tot vertrouwelijke informatie op uw interne netwerk.
      1. Open het menu Extra in Internet Explorer en klik op Internet-opties, open het tabblad Verbindingen en klik op LAN-instellingen.

      2. Klik onder Proxyserver om het selectievakje Een proxyserver voor het LAN-netwerk gebruiken in te schakelen.

      3. Typ in het vak Adres het IP-adres van de proxyserver.

      4. Typ in het vak Poort het poortnummer dat door de proxyserver standaard wordt gebruikt voor clientverbindingen (standaard 8080).

      5. U kunt het selectievakje Proxyserver niet gebruiken voor lokale adressen inschakelen als u niet wilt dat de proxyservercomputer wordt gebruikt wanneer u een computer op het lokale netwerk verbindt (dit kan de snelheid verhogen).

      6. Klik op OK om het dialoogvenster LAN-instellingen te sluiten.

      7. Klik nogmaals op OK om het dialoogvenster Internet-opties te sluiten.


    • Configure security settings
      Setting Up Security Zones


  • Firewall protection under Windows XP
    How to Configure Windows XP SP2 Network Protection Technologies on a Single Computer


[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

klikknoppen (1)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (2)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (3)

  • klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (4)

  • klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (5)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (6)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (7)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (8)

  • klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (9)

  • klikknop

Google

Klok


Copyright 2002-2018