Networking capabilities

Wat is dit?


  • Configure protocols


    • TCP/IP
      Transmission Control Protocol/Internet Protocol. Het netwerkprotocol om computers te laten communiceren via verbonden netwerken en het Internet. Iedere computer op het Internet ondersteund TCP/IP.


      • Gateway
        Poort naar een computer, netwerk of softwareonderdeel met altijd een andere protocolstack of een andere architectuur.

      • Subnet mask
        Het subnetmasker is een 32-bits adres dat aangeeft hoeveel bits in een IP-adres worden gebruikt voor het netwerk-ID-gedeelte. Het subnetmasker geeft de lengte van het netwerk-ID-gedeelte aan door alleen enen te gebruiken in het gedeelte van het subnetmaskadres dat overeenkomt met het netwerk-ID-gedeelte van het adres waaraan het subnetmasker is gekoppeld.

      • DNS (and domain suffix)
        DNS biedt naamomzettingsservices voor TCP/IP-clienttoepassingen. DNS is een gedistribueerde database die host- en domeinnamen en de daarbij behorende IP-adressen bevat. Door DNS is het niet langer nodig om op elke computer een lijst met IP-adressen te onderhouden. DNS zorgt er namelijk voor dat de lijst beschikbaar is op een aantal verschillende computers in het netwerk.

      • WINS
        Windows Internet Name Services is de NetBIOS-naamserver die wordt meegeleverd met Windows Server. WINS verschilt van de naamomzettingsservices als DNS, LMHOSTS en HOSTS, doordat het dynamische, of automatische, naamomzetting biedt. De WINS-server verzamelt computernamen en IP-adressen van clients op het netwerk. Als een WINS-client het IP-adres van een andere computer op het netwerk wil weten, roept de client de WINS-server aan en dient een verzoek tot naamomzetting in. Het grote voordeel van het gebruik van WINS is dat het broadcastverkeer op het netwerk erdoor afneemt. Zonder WINS zouden de naamomzettings- en naamregistratie-activiteiten op een Microsoft-netwerk worden uitgevoerd door broadcasts.

      • Static address assignment
        Een manier om IP-nummers toe te wijzen, is door elke computer in het netwerk een vast of statisch IP-adres te geven. Elke keer als de computer gestart wordt, heeft hij dus hetzelfde IP-nummer. De netwerkbeheerder moet er dan wel zelf op toezien dat niet twee computers in het netwerk hetzelfde IP-nummer krijgen toegewezen, want dan treden er conflicten op. Een van deze computers, of beide, zijn dan niet meer bereikbaar via TCP/IP.

      • Automatic address assignment (APIPA, DHCP)
        DCHP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een service van Windows NT/2000/2003, waarbij de server in het netwerk de beschikking heeft over een hele reeks IP-adressen. Zo wordt efficient omgegaan met de beschikbare IP-adressen. Elke keer als een computer zich aanmeldt op het netwerk, krijgt hij van de DHCP-server automatisch een IP-nummer. Dat nummer kan elke keer verschillend zijn.
        APIPA
        (Automatic Private IP Addressing.)
        Een functie van een op Windows gebaseerd besturingssysteem die het mogelijk maakt om zichzelf een IP-adres te geven wanneer er geen DHCP-server is gevonden. APIPA functioneert in dit geval als een DHCP-server. Wanneer er geen DHCP-server beschikbaar is, zal de computer zichzelf een IP-adres toekennen. De client maakt vervolgens gebruik van ARP (Address Resolution Protocol) om er zeker van te zijn dat in het LAN geen andere computer is met hetzelfde adres.


    • IPX/SPX (NWLink)
      Internetwork packet exchange / sequenced packet exchange is een protocol van Novell. IPX is het NetWare protocol voor packet forwarding en routing. SPX wordt gebruikt om te garanderen dat de verzonden data aankomt.
      NWlink is de microsoft implementatie van het IPX/SPX protocol.
      Microsoft IPX/SPX-compatible Protocol
      Werkt met Microsoft Client for NetWare Networks en Novell Client for Windows 95/98.
      Supports packet-burst mode to offer improved network performance.
      Supports the Windows Sockets, NetBIOS, and ECB programming interfaces.
      Support for automatic detection of frame type, network address, and other configuration settings.
      Routable connectivity across all network bridges and routers configured for IPX/SPX routing.

    • Appletalk
      De netwerkarchitectuur van Apple, waarin software van het besturingssysteem van Apple is opgenomen. Het is een verzameling protocollen volgens het OSI-model. Dit betekent dat elke Macintosh netwerkcapaciteiten heeft. De protocollen van AppleTalk ondersteunen LocalTalk, Ethernet (EtherTalk) en Token Ring (TokenTalk).

    • NetBEUI/NetBIOS
      NetBEUI: NetBios extended user Interface. NetBEUI is niet routeerbaar en beperkt tot microsoft based networks.


  • Configure Client options


    • Microsoft

    • Novell


  • Verify the configuration

  • Use of the following tools:


    • IPCONFIG.EXE
      Command-line utility that displays IP address and other configuration information.

    • WINIPCFG.EXE
      The IP Configuration utility Winipcfg is a troubleshooting utility that displays all current TCP/IP network configuration values for any computer running Microsoft TCP/IP. Network configuration values include the current IP address allocated to the computer and other useful data about the TCP/IP allocation.

    • PING
      Verifies connections to a remote computer or computers. This command is available only if the TCP/IP protocol has been installed.

    • TRACERT.EXE
      This utility determines the route taken to a network destination.

    • NSLOOKUP.EXE
      To enter a host name and find out the corresponding IP address and is often used for troubleshooting DNS problems.


  • Share resources (the capabilities/limitations with each OS version)
    Sharing disk drives
    To Share a over a network drive, print and file sharing must be enabled
    Right click my computer
    Select properties

    Click sharing tab, and select shared as

  • Setting permissions to shared resources

  • Network type and network card

    Two Major network Types

    Peer to Peer

    In a peer to peer network also called Workgroups, there are no dedicated servers. Normally each computer functions as both a client and a server.

    Server Based

    Most larger networks have dedicated servers, which are not used as clients or workstations.

    Network Adapter Card

    A network adapter (sometimes called a network interface card, or NIC) is a hardware card installed in a computer so it can communicate on a network. The network adapter provides one or more ports for the network cable to connect to, and it transmits and receives data onto the network cable.

    Every networked computer must also have a network adapter driver, which controls the network adapter. Each network adapter driver is configured to run with a certain type of network adapter.

    A networked computer must also have one or more protocol drivers (sometimes called a transport protocol or just a protocol). The protocol driver works between the upper-level network software and the network adapter to package data to be sent on the network.

    Windows 98 Setup automatically configures a computer to use protocols and drivers to match network components that are running when Setup is started.


[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

klikknoppen (1)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (2)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (3)

  • klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (4)

  • klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (5)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (6)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (7)

  • klikknop klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (8)

  • klikknop klikknop klikknop

klikknoppen (9)

  • klikknop

Google

Klok


Copyright 2002-2018